IJburg en het nut van een open Ijmeer

De strijd om IJburg is in volle gang. Keer op keer vliegen de gemeente en het Refendumcomité elkaar ruziënd in de naren. De gemeenteraadsfractie van GroenLinks ontpopt zich als een felle voorstander van IJburg: samen met het federatiebestuur zond zij alle Amsterdamse leden een propagandafolder om hen te bewegen voor IJburg te stemmen. En de fractie gaat nu zelfs een reclamefilmpje maken voor de lokale zender.

 

Lennert Ras

Je kunt je afvragen of het wel gewenst is, dat GroenLinks-Amsterdam haar standpunt zo publiekelijk naar bui­ten brengt. IJburg ligt immers zowel op lokaal als op landelijk niveau ge­voelig in de partij.
Fractievoorzitter Frank Kòhler: 'juist de politieke partijen die het plan in de gemeenteraad hebben ge­steund, moeten IJburg verdedigen. Dat moet je niet overlaten aan een "anonieme" instantie als de gemeente.
Wij durven best onze nek uit te steken. Trouwens, de raadsfractie van GroenLinks is samen met de PvdA van het begin af aan voorstander ge­weest van "Nieuw Oost" (zoals de wijk aanvankelijk heette); juist ook
vanuit milieustandpunt.   IJburg  is het minst kwalijke alternatief.'
Bij het Referendumcomité IJmeer Open ziet men deze opstelling met lede ogen aan. Want ook dit comité
telt tal van GroenLinks-leden. Dat geldt bijvoorbeeld voor Vera Dalm, coördinator van het Milieucentrum Amsterdam en een van de drijvende krachten achter het Referendumcomité. Tot voor kort maakte zij deel uit van her partijbestuur van GroenLinks.
Wat Dalm vooral spijtig vindt aan de opstelling van Kòhler: 'Blijkbaar kan hij totaal niet meevoelen met de argumenten die het Referendumco­mité naar voren brengt.' Volgens Dalm is een groot gedeelte van GroenLinks tegen de plannen voor bebouwing van het IJmeer, maar vind je van deze geluiden niets terug in de opstelling van de raadsfractie.
Milieu
Het IJmeer vormt een belangrijke schakel in de Ecologische Hoofd­structuur. Dat is een van de belang-
rijkste argumenten van de tegenstan­ders van IJburg. Dalm: 'Twee jaar ge­leden was GroenLinks tegen bebou­wing van het weiland De Vrije Geer, vanwege diezelfde Ecologische Hoofdstructuur. Waarom is dit
ineens niet meer belangrijk?'
'Het is gemakkelijk om te betogen dat je uit milieustandpunt tegen de bouw van IJburg bent,' zegt Kòhler, 'maar kom maar eens met alternatie­ven!' Volgens hem zijn er slechts drie mogelijkheden als IJburg niet wordt gebouwd: dan moet Amsterdam óf uitbreiden in de richting van het Groene Hart (de Bovenkerkerpolder), of in het vanuit milieuoogpunt nog veel waardevollere Waterland ten noorden van Amsterdam. De derde optie is dat in Almere extra woningen voor Amsterdammers worden gerealiseerd, bovenop het al geplande contingent.
Volgens Kòhler komen al deze op­ties neer op een forse toename van het forenzenverkeer; meer druk op het milieu dus. IJburg wordt daaren­tegen vlak bij de stad gebouwd. Er komen goede verbindingen met het openbaar vervoer. Door het bouwen van eilanden met zachte oevers ontstaat bovendien een gebied met een grotere biodiversiteit dan nu het ge­val is.
'Natuurlijk wordt de natuur overal waar menselijke activiteiten plaats­vinden teruggedrongen,' geeft Kòhler onmiddellijk roe, 'maar een prachtig natuurgebied als de Oostvaardersplassen is juist door inpolde­ring ontstaan en mede dankzij de dijk tussen Enkhuizen en Almere heeft zich een interessante zoetwater­biotoop ontwikkeld.'
Volgens Dalm is twijfelachtig of IJburg wel zo´n groene wijk wordt. ‘Wij denken dat het een autolocatie wordt. Twee jaar geleden zei men nog: zonder metro geen IJburg. Ver­volgens werd die metro een sneltram en daarna een snelle tram. En zelfs daarvoor komt men nog een dikke honderd miljoen gulden tekort. Over een tweede metroverbinding, naar Diemen, is zelfs nog niets beslo­ten.’

Bestaande stad

Dalm vindt dat de gemeente onvoldoende oog heeft gehad voor het creëren van nieuwe bouwlocaties in de bestaande stad. Het Referendumcomité kwam onlangs met het rap­port Van ruimtegebrek naar ruimtege­bruik, waarin een extra woningcapa­citeit tot 2005 van 21.800 woningen wordt geïnventariseerd - zonder IJ­burg dus.
Köhler gelooft niet in deze moge­lijkheden. Volgens hem laat een an­der rapport, van het ingenieursbu­reau DHV, zien dat de capaciteit bin­nen de bestaande stad met de al ge­plande 24.000 woningen echt aan het plafond zit. Verder is het maar de vraag of deze woningen op tijd wor­den gerealiseerd, want bij bouwen in de bestaande stad stuit je steeds weer op actiecomités die de plannen vertragen, aldus Köhler.
Dalm betoogt juist het tegenover­gestelde. 'De gemeente kan nooit de geplande streefdata halen bij de ont­wikkeling van IJburg. Die data zijn niet realistisch. Zeker in de eerste fase van IJburg gaat het om een beperkt aantal woningen, die je veel sneller in de bestaande stad kunt bouwen.'
Een sterk argument van het Referendumcomité lijkt de in de stad reeds aanwezige infrastructuur te zijn. In zekere zin is het bouwen van IJburg te zien als pure kapitaalvernie­tiging. Je gaat een yuppenbuurt bou­wen, die activiteiten uit de stad weg­trekt. 'IJburg is slecht voor de ont­wikkeling van Amsterdam,' is dan ook de stelling van Dalm.
Köhler daarover: 'Maar als je IJ­burg tegenhoudt, voorkom je dan dat rijkere Amsterdammers uit de stad wegtrekken? Volgens mij dus niet. Zonder IJburg gaan ze nog verder weg wonen, buiten de gemeente. Dan ben je ze pas echt kwijt.'

Woningvraag

Ook over de woningbehoefte in Amsterdam staan de meningen lijn­recht tegenover elkaar. Het Referen-dumcomité trekt de cijfers van de ge­meente over de woningnood in twij­fel. Dalm: 'Het gaat daarbij voor een groot deel niet om mensen die geen huis hebben, maar om mensen die groter of mooier willen wonen. Als politieke partij moet je jezelf toch de vraag durven stellen of je alsmaar aan die kwalitatieve woningvraag wilt blijven voldoen. Waar ligt de grens.' Je kunt moeilijk heel Nederland vol­bouwen.'
Köhler vindt dat er weldegelijk sprake is van ‘keiharde woning­vraag': 'Het gaat dan om zo’n tien­duizend inwonenden die een eigen woning willen, en zo'n twintigdui­zend meerpersoonshuishoudens die te klein wonen. Daarnaast heb je voortdurend te maken met jongeren die de leeftijd bereiken dat ze uit huis willen gaan wonen.' Verder vindt de fractievoorzitter van GroenLinks het zeer de vraag of de gemeente de ont­wikkeling 'dat steeds meer mensen alleen willen wonen’ moet tegenhou­den. Invloed uitoefenen op de kwali­tatieve woningvraag betekent ingrij­pen in persoonlijke levenskeuzes, en dat gaat erg ver.

Precedent

En dan is er nog de kwestie van het precedent. Niet alleen Amsterdam, maar ook andere gemeentes (Almere, Enkhuizen en Hoorn, daarnaast ook diverse Friese gemeentes) staan te trappelen om buitendijks te gaan. Het bouwen van IJburg kan hen een laatste zetje geven. Of, omgekeerd geredeneerd, het tegenhouden van
Dit uitbreidingsplan kan actiecomités in die gemeentes een enorme stimulans geven.
Dat Ijburg een precedent zou scheppen, noemt Köhler onzin. ‘Kijk naar Flevoland, de Noordoostpol­der: dan zou IJburg ineens een prece­dent scheppen?'
Ook kun je je afvragen of buiten­dijkse uitbreidingen als IJburg - die toch al een grote uitstraling hebben naar de omringende natuur – de watersport niet in de hand werken. Als je kijkt naar de plannen in Almere en  IJburg, dan vraag je je af waar in de zomermaanden nog ruimte is voor rustgebieden voor vogels in het IJmeer. Daarbij komt dat IJburg wordt gerealiseerd in een ondiep gedeelte van het IJmeer, dat voor vogels juist bijzonder voedselrijk is.
Volgens Köhler zijn er elders in het IJmeer nog genoeg ondiepe gedeeltes aanwezig. De gemeente wil ook nieuwe ondieptes creëren ter com­pensatie van het milieu. Maar de fractievoorzitter erkent wel dat bij-
voorbeeld de zeldzame tafeleenden niet meer in de buurt van IJburg zul­len gaan zitten.

Taartpunt

Kunnen we er eigenlijk wel van op aan, dat die 'nieuw te creëren' on­dieptes in de toekomst misschien ook niet in nieuwe woonwijken ver­anderen? Dalm daarover: 'Het be­stemmingsplan van IJburg is duide­lijk zo geconstrueerd dat de wijk in een later stadium kan worden uitge­breid richting Pampus en Almere. De enige reden voor het ophouden van de bebouwing is de (huidige) grens van Amsterdam.'
Als je naar de tekening van de plan­nen kijkt, lijkt IJburg inderdaad een beetje op een abrupt afgehakte taartpunt. Het eiland Pampus is dan te zien als het midden van de IJmeertaart. Voor sceptici moet het vrij eenvoudig zijn om een totaal volge­bouwde taart uit het plaatje tevoor­schijn te toveren.
Köhler bezweert deze gedachte. 'GroenLinks-Amsterdam is zeer te­gen verdere uitbreiding van IJburg gekant. Vooral vanwege de afstand tot de binnenstad.’ De nieuwe wijk wordt volgens Köhler juist zo gemaakt, dat er van verdere uitbreiding geen sprake kan zijn. ‘Aan de oostkant van de Ijburg-eilanden wordt namelijk een natuurgebied gereali­seerd en de doorgaande weg over IJ­burg is gemaakt op wijkverkeer. Ook gezien de dichte bebouwing op de eilanden zal die weg nooit uitlopen op een doorgaande weg naar Alme­re.'

Dalm stelt de zaak het meest principieel. 'Als je geen uitbreiding van Schiphol wilt, moet je IJburg ook niet willen.’ Oftewel: ergens moet een halt worden toegeroepen aan het ongebreidelde groeidenken. Zoals de groei van het luchtverkeer geen onvermijdelijk gegeven is, zo kan de politiek ook meer inspanningen ple­gen om de woningvraag binnen de bestaande stad op te lossen. Politiek is kiezen - op 19 maart mogen de Amsterdammers uitsluitsel geven.

 

©2007, rasmedia.nl