Gregory Page

Gisteren lekker uit. Concertje Gregory Page. Gelukkig was het niet glad. Dus gewoon op de fiets. Het was een concert van Paradiso, maar het was in De Duif. Aangezien we een half uur te vroeg waren, besloten we lekker een warme chocomelk met slagroom te drinken in café Marcella op de hoek van het Amstelveld. Een gezellig bruin café met scheepsmodellen aan de muur en veel leuker dan het beetje trendy restaurant in de Amstelveldkerk. We betaalden meteen en stapten om kwart over acht op. "Jullie gaan zeker naar De Duif," raadde de vriendelijke wat oudere barkeeper. We vertelden hem, dat we naar Gregory Page gingen en dat leek hem wel wat. Hij zou het gaan opzoeken op youtube. De Duif is een mooie kerk, maar er waren veel afgebladderde schilderingen. "Kunnen ze dat niet restaureren?" vroeg ik m'n vriendin. Gelukkig hoefde je geen lidmaatschap voor Paradiso te betalen in de Duif. Toen ging het licht uit en Liz verscheen op het toneel. Nou ja, toneel, de verhoging voor het altaar. De borsten aardig ingesnoerd in een feestelijk corset. Met een sierlijke contrabas, die wat weg had van een chello. Ze zong prachtig en begeleidde zichzelf op bas. En nu met het licht uit en alleen de spots op het podium werden de afgebladderde schilderingen opeens heel mystiek. Even dacht ik, dat we bij het verkeerde concert waren beland, maar dit was het voorprogramma. Gregory heeft Liz ontdekt in Australie – waar hij o.a. optrad in kleine gehuchten – en nu is ze onderdeel van de band. Ze vertelde hoe Gregory overal de harten van het publiek verovert en ze had er zelfs een nummer over. 

Eindelijk kwam Gregory Page op het podium. Hij vertelde over zijn ouders, die ook muzikanten waren en elkaar tijdens een optreden hadden ontmoet. Het vlamde nogal, en daar kwam hij dus van. Hij liet ook wat muziek horen van zijn ouders. Gregory heeft verder nog een wijze buurman. Die zei: "Gregory don t dream your live, but live your dream." En dat verwerkte Gregory in een nummer. Tijdens het concert gaf de pianist ook nog een spetterende klassieke solo en daarna stond Gregory opeens met gitaar op de kansel van de kerk een nummertje te spelen. Mijn vriendin heeft vaak hard op haar vingers gefloten en mij viel het concert ook honderd procent mee. Het was echt een heel mooi concert. Gregory Page speelt graag in Amsterdam en de bandleden zaten zich de dag van te voren, in Parijs, al te verheugen op het optreden in onze hoofdstad. In Parijs bezocht Gregory zijn vader. Die pas heel laat in zijn leven is gekomen. "Waarom ben je niet getrouwd? Waarom heb je geen kinderen?" had zijn vader gevraagd en ze besproken één en ander bij een goed glas wijn. Gregory vertelde zijn vader trots dat hij in zijn geboortestad Londen voor een publiek van vijftienduizend man had opgetreden. Met al die persoonlijke ontboezemingen werd het concert heel intiem en de locatie hielp daar ook een flink handje aan mee. 

Operatiekamer installatie

Vandaag hupte ik even aan bij WGkunst. Ik moest er wat flyers en posters ophalen voor de kerstsale waaraan ik ga mee doen. Voor de deur trof ik een mede nopster (lid van LETSkring Noppes). We besloten samen even de installatie te gaan bekijken, waarmee de gallerie van WGkunst momenteel is gevuld. Momenteel gaat het bij WGkunst om de geschiedenis van het Wilhelmina gasthuis. Het ziekenhuis dus, dat vroeger in de panden aan het WGterrein gevestigd was. Voor we de installatie mochten bekijken, moesten we een ziekenhuisjasje aan. Dat deed ik dus gewoon aan als een jasje. "Jij bent lang niet geopereerd," reageerde David van WGkunst. Zo'n jasje hoor je dus met de opening naar achteren aan te doen. Met het groene doktersjasje aan kwamen we door een eng gangetje in een grote ruimte. Hier stond een kweekkast, waarin een stukje huid werd gekweekt. De kunstenaar wilde een kogelvrij vest integreren in de menselijke huid. Daarvoor had ze het weefsel van een spin gebruikt, dat nog al sterk schijnt te zijn en daar had ze dan menselijke huid op gekweekt. Met hulp van het AMC (het AMC komt voort uit het Wilhelmina Gasthuis). Op een video aan de wal bij binnenkomst was al een video te zien, hoe een kogel insloeg in het stukje huid. De kogelvrije huid hield de kogel niet echt tegen, maar remde hem wel af. In de operatiekamer ruimte stond een soort doorzichtige operatie tafel. Het leek wel van ijs. Met lichtjes erin. Er floepten steeds overal lichtjes aan. Het was een morsige toestand daar. Donker en luguber. Er hingen ook kleren te drogen. Een lichtje scheen plotseling op een cylinder met hersens erin. En daar floepte een operatie lamp aan. De grond was bezaaid met bubbeltjes plastic en glazen platen. Het was de bedoeling om acht minuten binnen te blijven, maar dat hielden we niet vol. "Niet erg hoor," zei David toen we er weer uit kwamen. Met het operatiejasje nog aan haalde ik de posters en flyers op op kantoor. Men moest erg lachen om mijn uitdorsing. Snel het jasje uit en weer op naar Noppes, dat daar om de hoek zit, om een administratieve dienst te draaien.

De ontmoeting

Vanmiddag was het dan eindelijk zover. Festival De Ontmoeting door Literair Werk in het Rozentheater. Ik had er zin in! Meteen bij binnenkomst zou ik al bijschuiven bij de workshop tekstpresentatie. Wangen losmaken, losse “ing” klanken produceren, kan op de fiets of in de trein en je uitrekken en gaapbewegingen maken … Lekker de stem losmaken. En als je je al wegdraait van het publiek, zorg er dan voor dat je ook met meer volume gaat praten .. met volume! Niet harder dus. We kregen een tekst van onze rechter buurman toegeschoven en mochten daar een stuk uit voordragen. Het was een aardige groep en alhoewel ik vaker optreed, merkte ik, toen ik voor de groep stond, dat de zenuwen weer door mijn lijf gierden. Men vond mij goed articuleren en duidelijk voordragen, maar ik begon weer – wat ik noem – te darth vaderen … en die ademhalingsgeluiden leidden af van de voordracht. Karin van As, die de workshop gaf, hielp me door een oefening te geven, waarbij je de huig losmaakt, zodat ik dat zware ademen ook kan afleren.

Na de worskhop snel naar de grote zaal, waar Michelle Brouwer optrad. Zij heeft dit jaar de Lowlands prijs gewonnen en ik moest me weer bedwingen om me niet jaloers te voelen, maar ook een ander gewoon succes te gunnen. Er kwamen veel blonde haren voorbij, muffins en een dotje jam op de lip. Af en toe dacht ik, pfffff is dit nu zo goed? Maar de ontknoping was heftig en het verhaal raakte mij ook echt. Verder was er een optreden van Gustav de band, die de hele middag tussen de acts door steeds twee nummers deed. Een frisse jonge meiden band – zangeres, violiste, pianiste en drummer (de enige – ook al frisse – man) -. Daarna ben ik gaan speeddaten. Ik sprak een leuke jonge meid van het literaire tijdschrift Slang. Zelf had ze geen aspiraties om te schrijven. Ze wil echt redacteur zijn. Ook mooi natuurlijk! Die mensen heb je nodig. Slang is een jong tijdschrift en het flapte er weer uit bij mij: “ik ben dus te oud.” Stom  … Tsja soms knallen er wel eens woorden uit je mond, die je liever niet gezegd had.

Daarna snel naar de grote zaal voor een discussie over recensenten met o.a. Manon Uphoff. Jeroen Vullings – criticus – had wel eens een lief kaartje van Willem Brakman gekregen, die schreef , dat hij het zo fijn vond dat Vullings zijn boek gelezen had. Ja, Willem Brakman werd tijdens mijn studie aan de V.U. (en dat was al in de jaren ’90) al behandeld als vergeten schrijver, terwijl hij een heel groot oeuvre heeft.  Ook blijkt dat uitgevers vaak berichten, die auteurs of andere mensen uit het literaire veld op twitter zetten, zo maar publiceren op de achterkant van een boek, zonder om toestemming te vragen. Er was een verhaal over Adriaan van Dis, die een sympathiek stukje had geschreven over een manuscript van een – naar zeggen van Jeroen – achtste rangs schrijver en prompt verscheen dat stukje op de achterkant van het in eigen beheer uitgegeven boek. “Daar ben je dan minder blij mee, lijkt me.” 

 Om tien voor half vier was het voor mij tijd om voor te dragen en ik had nog net tijd om met een redactrice van Nijgh en van Ditmar te praten (tijdens de discussie dacht ik eerst, dat zij Manon Uphoff was). Jammer genoeg geeft Nijgh sporadisch korte verhalen uit en al helemaal weinig gedichten. Maar toch leuk haar te spreken. Snel voordragen nu. De zaal was jammer genoeg een beetje leeg. Iedereen zat in de grote zaal. De voordracht ging goed, met een paar kleine haperingen, waar ik me snel overheen zette.  Begon toch weer aan mezelf te twijfelen of het allemaal wel goed genoeg was – en ik had zorgvuldig gedichten uitgekozen -, maar dat is schrijvers eigen. Daarna snel weer naar de grote zaal voor de volgende discussie. Met Mechteld van Literair Werk, een dame van de Lineusboekhandel en Marcel van Driel, een kinderboeken schrijver. Marcel heeft al 42 boeken gepubliceerd, maar is nog nooit gerecenseerd. Zelf zit hij er niet zo mee. Toen hij ooit begon en kinderen na vijf minuten van zijn voordracht wegholden, zei hij “het springkussen vinden ze leuker.” Waarop een klein meisje zei, dat zijn voordracht gewoon slecht was. “Je kunt het niet zo maar, en moet veel oefenen.” Nu treedt hij wel op voor zalen van 150 man. Mechteld beaamde nog, dat na het succes van 50 kleuren grijs het eerste SM verhaal al op www.literairwerk.nl gespot is.

De dag werd afgesloten met een voordracht van Jan van Mersbergen over een mountainbike met een scheur in het zadel. De voordracht was heel anders dan die van Michelle eerder op de dag. Geen groot drama, maar een klein gehouden verhaal, en toch erg mooi. Alhoewel ik de broer van de hoofdpersoon iets te lang vond doorzeuren over hoe hij de fietsenhandelaar (van wie de hoofdpersoon de mountainbike had gekocht … of uiteindelijk gekregen) de tuin had uit geslagen. Jan is lang met een boek bezig. Schrijft elke ochtend en ’s avonds nog een beetje en is wel een jaar bezig met het corrigeren en verbeteren van zijn boeken. Het was een super leuke dag. Literair Werk mag vaker zulke happenings organiseren! De zangeres van de band Gustav was op het eind nog even haar tekst kwijt, maar dat was wel heel schattig.

Keukenprinsje

Een aantal jaren geleden at ik wel eens bij Zaal 100. Een leuke broedplaatsachtige plek in een oude school in de Wittenstaat. Er is een theaterzaal, je kunt er dansworkshops doen en er is een heus poëziepodium, waar ik ook een keertje ben opgetreden. Er wordt tijdens de poëzieavondjes gewoon gerookt, geblowd en gedronken in een ontspannen sfeer .. Iedereen mag optreden, wat er toe leidt, dat de gedichtenavondjes wel eens tot twee uur s nachts duren. Organisator Aya ging de dag na het poëziepodium een totempaal naar Doel in België brengen. Veel kleurrijke personen dus bij Zaal 100! Maar goed, over het eten. Eric kookt op woensdag de ene week veganistisch, de andere week vegetarisch voor een man of veertig. Hij wordt daarbij geholpen door een legertje vrijwilligers. Enthousiast als ik altijd ben over nieuwe treintjes die voorbijrijden, ging ik daar meekoken. De sfeer was gemoedelijk en het was een leuk team. Je stond je echter vanaf  14 uur s middags de blaren op je handen te snijden (groente fijnmaken), daarna hielp ik nog wat met eten opscheppen en vervolgens stond ik tot 22 uur s een hele afwas weg te werken. Eerst afspoelen, dan in het sop en dan weer door een bak water zonder sop halen die vaat … want tsja, er moet geen sop aan de borden blijven zitten, want dat schijnt ongezond te zijn.

Na een tijdje werd mijn enthousiasme wat minder. Eric organiseerde nooit wat voor zijn personeel en eigenlijk stond ik me een full time dag uit de naad te werken voor een bordje eten en twee drankjes, want meer kreeg je niet. Dus besloot ik wat later te beginnen. In plaats van om 14 uur kwam ik om een uur of vier. Op een gegeven moment zei Eric dat dat niet eerlijk was, want anderen werkten wel vanaf 14 uur. Op mijn suggestie om een giftenpotje neer te zetten voor het personeel – waar eters een fooi in konden doen voor de noeste werkers – werd afwijzend gereageerd.  Toen ging ik ook een keertje met Susan in Zaal 100 koken op donderdag. Zij liet me maximaal twee uur werken. Want, zo zegt ze, voor een bordje eten en twee drankjes, is twee uur  werk meer dan genoeg. Ik begon na te denken en concludeerde dat Eric eigenlijk een moderne slavendrijver is. Ik besloot een Salsa cursus te gaan doen op woensdag avond en liet Eric en zijn team achter me.

Vorig jaar werd ik getipt dat er een poëziepodium was op Het einde van de wereld aan de Javakade en ik ging daar een keertje optreden. Op het Einde wordt ook gekookt op woensdag en vrijdag en ik besloot daar als vrijwilliger aan de slag te gaan. Een beetje Zaal 100 achtige sfeer … Het einde komt voort uit de kraakscene (eerst zaten ze in een loods op het eind van de Javakade, vandaar het Einde van de wereld) en na het opschalen van Zeeburg en het verdwijnen van de broedplaatsachtige omgeving daar (de komst van de juppenwoningen) verplaatste het Einde zich naar een oud vrachtschip aan de kade. Het Einde draait zonder subsidie. Je betaalt er voor een maaltijd 8 euro (vegetarisch 7 euro) en 2 euro voor een toetje. Vrienden van mij die resto van Harte en de etentjes in buurthuizen gewend zijn – daar krijg je een drie gangen menu voor vijf euro en zelfs goedkoper met stadspas (maar die zijn dus gesubsidieerd) – vinden het eten op het Einde duur! Maar zeg nou zelf, waar kan je in Amsterdam nou voor tien euro eten? En soms is er nog een gratis soep vooraf ook. En het is top dat Het Einde onafhankelijk en vrij wil zijn en niet wil dansen naar de pijpen van subsidiegevers. Ik begin op het Einde ook om 14 uur net als bij Eric. Ik kan de hele dag gratis onbeperkt non alcoholische drankjes pakken, krijg op de dag dat ik kook mijn eten gratis en ik krijg nog seacoins ook! Dit zijn plastic muntjes waarmee je weer kan betalen op Het Einde. 20 seacoins voor een dagje helpen met koken. Dat staat dus gelijk aan twee maaltijden daar. Zodat ik er af en toe gezellig met mijn vriendin ga eten. Van de week nam ik mijn renmaatje mee naar Het Einde en hebben we heerlijk taco’s met gehakt, bonen en quaqemole gegeten voor mijn seacoins. En dan nog dit: er is op Het Einde een afwasmachine en een aparte afwasser! Dus ik hoef niet de hele avond ook nog eens de afwas weg te werken. Op het Einde voel ik me thuis en gewaardeerd. Bovendien wordt er af en toe ook nog wat georganiseerd voor de vrijwilligers. Zoals een kerstetentje of een uitstapje. Ik zou zeggen … Eric … leer hier van!!!!

workshop energie regulatie

Zaterdag reisde ik af naar Wezep voor een workshop energie regulatie. De filosofie was, dat alles energie is. Je lichaam, wat mensen zeggen, de aarde. Als mensen negatief tegen je doen, kan deze energie zich vast zetten in je lichaam en dat is niet gezond. Je moet dus leren om je energie te laten stromen op het moment dat je weerstand tegen komt in het leven. Als je op zo’n moment je energie laat stromen, dan zet de negatieve energie van de ander zich niet vast in je lichaam. Goed voor jou! Laat je leiden door je fingerspitzen gevoel .. bijvoorbeeld wanneer je je niet prettig voelt bij iemand en visualiseer dan dat de energie door je lichaam stroomt. Ik deed dat door te denken dat er een rad in mijn hoofd zit, dat ronddraait en de energie rondpompt in mijn lichaam. Op die manier word je weerbaarder. Naast deze oefening waren er andere interessante oefeningen. Zoals je energie projecteren in een dot watten en dan iemand anders die watten – jouw energie – laten voelen en vragen wat die persoon erbij dacht. We deden zelfs een oefening om elkaars gedachten te leren lezen. Projecteer een voorwerp, dat je in je hoofd hebt in het hart van een andere persoon en kijk wat die ervan oppikt. Eén persoon had helemaal goed gezien, wat de ander in haar hart had geprojecteerd en ik zag bij deze oefening een rode tractor in mijn hoofd. Terwijl de betreffende persoon de televisie in mijn hart had gezet en een tractor en een televisie heeft allebei met techniek te maken. Dus ik zat er niet zo ver naast. Omdat ik de enige man was werd ik ook uitgekozen om een rollenspel te spelen. Ik zat in de bus op weg nar een sollicitatiegesprek. In het eerste rollenspel deed iedereen sjachereinig en lelijk. In het tweede rollenspel was iedereen aardig en vrolijk. Nu je begrijpt wel, dat als je al die positieve energie tegenkomt op weg naar je sollicitatie, dat je dan meer kans op succes hebt, dan wanneer vreemden op weg naar zo n gesprek gaan zeggen, dat je kleding en je haar niet goed zit. Verder kwam ook de theorie van de Secret weer langs. Het heelal vragen wat je wil. En daar consistent in zijn. Je moet wel eenduidig zijn in de vragen die je stelt. Als je een tientje versnippert en dat aan iemand geeft, zal die persoon dat niet als betaling accepteren. Geef je gewoon een heel tientje, dan wel. Zo is het ook met het heelal. Het was een gezellige dag met een  leuke groep dames. Al met al ben ik weer een ervaring rijker!

poëziepodium Amsterdam Outsider Art

Zondag 28 oktober was het weer tijd voor ons periodiek poeeten podium bij Amsterdam Outsider art. Helaas zonder Dijckie, die door ziekte verhinderd was. Ik had Catelijne Beijst gevraagd om de presentatie te doen deze keer. En dat deed ze met verve! Ze had zich zeer goed voorbereid. Wat mij betreft mag ze de rol van presentator vaker op zich nemen! Er passeerde weer een breed scala aan dichters. Raymond van der Ven was speciaal voor deze middag uit Middelburg gekomen. Hij had de lachers op zijn hand. En kende de gedichten (wel een stuk of dertig) uit zijn hoofd. Daar ben ik wel jaloers op! Terrebelius had weer fragiele kleine gedichten. Alhoewel hij soms wat te veel weggaf of uitlegde .. bijvoorbeeld over een bureautje op het spoor, dat overreden werd. Maar dat was ook wel weer schattig.

Bassie de Boer en Bert Schoonhoven zijn echt ras performers, die het heel goed doen op een podium. Beiden hebben geen microfoon nodig. Hun natuurlijke stemgeluid is meer dan voldoende. Dat gold weer niet voor Emanuel Lorsch. Hij dacht wel verstaanbaar te zijn zonder microfoon. Eerlijk gezegd, kon ik er geen touw aan vastknopen. Een vriend vertelde me achteraf dat het over de holocaust ging. Ik had geen clue.

Jan Damstra gebruikte, zoals we van hem gewend zijn, veel lichaamstaal. Van te voren had ik Catelijne verteld, dat zijn gedichten wel rauw zijn … maar misschien is dat niet helemaal de goede typering. Wel down to earth. Van Erna Ammeraal bleef me vooral de zin over een hijskraan, die in haar straat stond “als een noot in de maat, glanzend in de goot” erg bij. Zeer poëtisch. Sjaak Klaver had mop achtige korte versjes en was snel klaar. Alleen jammer, dat hij aangekondigd werd als bipolair .. Wat mij betreft hoef je je niet met je ziekte te profileren. Je bent niet je ziekte, zou ik zeggen.

Jolies Heij had de aftrap gisteren middag. Ze had meteen alle aandacht van het publiek. Wat wel wat zegt over de kwaliteit van haar werk! Niet voor niets, want ze is een ervaren performer. Zelf heb ik ook nog voorgedragen en deze keer niet alleen sonnetten, maar ook een opsomgedicht en een pantoum. Dat is een indonesische versvorm. Dit gedicht sprak een vriend van mij zeer aan. Omdat ik zo lekker bij mezelf bleef. Al met al kijk ik terug op een geslaagde middag! Amsterdam Outsider Art super bedankt voor het weer mogelijk maken van ons podium!

Open Atelierroute Pijp

Vandaag even naar de open atelierroute de Pijp geweest. Eerst Hanneke van Wijk bezocht. Wat woont ze leuk zeg! Ik heb twee potten en een kandelaartje bij haar gekocht en een vaas, die je aan de muur kunt hangen. Ik kon het echt niet laten. Ik ben zo’n fan van haar werk. Daarna even bij Fenneke de Kramer geweest. Ook een getalenteerde kunstenares. Schilderijen in aardetinten en met gestileerd vee. Helaas heb ik niet echt plek in mijn huis meer voor nog meer schilderijen … dan zou ik eens wat weg moeten doen. Jammer genoeg kon ik verder niet rond kijken in de Pijp, want ik moest door naar het open podium van de Centrale bieb. Waar ik overigens nooit ben aangekomen, want ik moest snel naar huis. Ik was iets essentieels vergeten thuis (nogal stom). Kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan! Ik hoop dat ik snel toch een keer kan optreden bij Jos.

Noppes expositie

Gisteren heb ik mijn schilderijen opgehaald bij Noppes, waar ik twee maanden ge-exposeerd heb. Maandag komt er een nieuwe exposant. Ik kijk terug op een mooie opening met toespraak van curator Rose Manuel, een performance van Bert Schoonhoven en mijzelf en muzikale omlijsting door Hans Puts. Het was gezellig druk. In eerste instantie had ik misschien meer bezoekers verwacht, omdat via sociale media zo’n driehonderd mensen van de opening konden afweten … maar dan weet je ook weer welke mensen echt wat voor je betekenen. Zij die de moeite namen om te komen. Collega’s van WGkunst hebben ook de tentoonstelling bezocht en Niels en Monique van Beeldend gesproken heb ik nog apart tijdens de tentoonstelling ontvangen om naar mijn werk komen kijken. Al met al kijk ik terug op een geslaagde eerste solo expositie! En maar liefst 2 etsen en een schilderij verkocht. Wat boven gemiddeld schijnt te zijn voor een Noppes expo. Hierbij wil ik Noppes en Rose bedanken voor deze kans en iedereen die de expositie tot een succes heeft gemaakt, super bedankt! #allesvoornop!

Edwin Fagel Perdu

10 oktober 2009

 

Op de avond van de Nieuwe Poëzie, tijdens het Poëziefestival in Landgraaf ontving Edwin Fagel de Jo Peters Poëzieprijs 2008. Naast een geldprijs kreeg de dichter de opdracht een nieuwe bundel te schrijven. Het eerste exemplaar van deze bundel werd gisterenavond in Perdu aan de dichter uitgereikt. Het is een bibliofiele uitgave op geschept papier, gezet in lood en met de hand gebonden. De bundel draagt de titel ‘Schilder en model’.

Het niveau van de avond was helemaal niet academisch, zoals de Vers van het mes avond waar ik laatst was, maar zeer toegankelijk. De avond bleek ook niet door Perdu georganiseerd te zijn. Eerst droegen vier dichters voor uit hun werk. Na de pauze vertelde Marjoleine de Vos wat over de bundel en werd Edwin Fagel geïnterviewd door Marja Pruis. Daarna droeg hij vier gedichten en het inleidende gedicht voor uit de nieuwe bundel.

De eerste dichteres van de avond was Hester Knibbe. Zij droeg een paar gedichten voor over haar moeder, die ze schreef toen haar moeder honderd was geworden. Het waren wat mij betreft de juweeltjes van de avond. Het beeld van zo’n hoog bejaarde vrouw, die het niet eens meer nodig vindt om ‘naar de drukte in de gang te lopen’ vond ik erg mooi. Een ander gedicht schreef zij in opdracht van een soort poëziewedstrijd waarin Knibbe de letter F toebedeeld was. Ze had zich op een leuke manier uit de opdracht weten te redden met o.a. spreekwoorden als de fok strijken en het gedicht eindigde met failliet. Wat ik weer jammer vond was, dat ze in het gedicht zowel het zelfstandig naamwoord fiets gebruikte als het werkwoord fietsen, terwijl er in het gedicht helemaal niet van de herhaling gebruik werd gemaakt, dat was dus een beetje een stijlbreuk. Bij de derde dichter voor de pauze Tonnus Oosterhoff was in een gedicht over een val (door de vloer zakken) herhaling juist een stijlmiddel. Het was een mooi ritmisch gedicht, dat hij eerder samen ergens met Saskia de Jong heeft voorgedragen. Helaas droeg hij het gedicht vanavond alleen voor. Ik kan me voorstellen dat het gedicht nog sterker wordt als het twee stemmig wordt gedeclameerd.

De tweede dichter Erik Menkveld sprak mij niet zo aan. Hij gebruikte een aantal keer het woord ‘vrouw’ en dan eigenlijk niet op de meest flatteuze manier. Op een gegeven moment ging het erover dat als de verteller een vrouw had, dat hij dan niet de straat op moest. Wat over kwam, als .. Dan hoef ik niet naar de Wallen. Ook een gedicht van hem over een nachtmerrie vond ik niet zo geweldig. Lichamen rolden in bollen over de straat. Dat kan natuurlijk in een nachtmerrie, maar ik vond het niet zo goed gevonden. De vierde dichter was Saskia de Jong, een mooie verschijning. Haar eerste gedicht over een fokstier klonk erg klinisch. Misschien ook door de manier waarop ze voordraagt. En ook het gedicht over een wandeling in de sneeuw, waarbij de verteller een man ziet masturberen en hem aanraadt dit thuis te doen (dit is zo’n beetje de uitsmijter van het gedicht) sprak mij ook niet zo aan. De zelfstandige naamwoorden ‘maan’ en ‘sneeuw’ kwamen wel meer voor in de voorgedragen poëzie van deze avond. En eerlijk gezegd .. Je moet een beetje oppassen met zulke woorden .. Het maakt snel cliché.

Na de pauze sprak Marjoleine de Vos over de nieuwe bundel van Fagel. In eerste instantie had de dichter zijn poezie in een soort spaghetti slierten vorm aangeleverd. De uitgever probeerde hem duidelijk te maken, dat dat toch wel zeer moeilijk was om uit te geven en te drukken. Later vertelde Edwin Fagel dat hij enigszins morrend toen weer met de gedichten aan de gang is gegaan. Hij had juist deze vorm gekozen om los te komen van de vorm van zijn debuut ‘Uw afwezigheid’. Fagels werk werd ook vergeleken met dat van Martinus Nijhoff. Die vergelijking had de dichter zelf eerst niet gemaakt, maar hij kon zich er wel in vinden. De overeenkomst zit er in dat beide dichters zelf eigenlijk niet religieus zijn, maar wel religieuze motieven gebruiken.

Tijdens het interview liet Marja Pruis Fagel kiezen tussen een persoonlijk interview en een niet persoonlijk, zeg maar meer analytisch gesprek. De dichter koos voor het analytische. Op zich sloeg het nergens op dat Pruis hem liet kiezen, want het gesprek werd toch persoonlijk. Af en toe heeft Fagel een gedicht in een avond klaar, dan komt het weer zinnetje voor zinnetje. Hij heeft er gewoon een full time baan bij, maar overdag denkt hij vaak al na over een gedicht en ‘s avonds gaat hij dan schrijven. Van de moeder van de dichter hoorden we na afloop dat hij ook een tijdschrift maakt over dakbedekking. Wel weer heel wat anders en Fagel is Neerlandicus en heeft helemaal geen opleiding in de richting van de bouw gedaan. Fagel is er trouwens een van een tweeling. Zijn zus was er ook bij deze avond en de tweeling is geboren op de verjaardag van hun moeder. Op de vraag hoe Fagel met (kritische) recensies over zijn poëzie omgaat, had hij een mooi antwoord. Vaak heeft hij zoiets bij recensies van ‘zo heb ik het niet bedoeld.’ Maar op zich vindt hij dat elke interpretatie van de lezer natuurlijk mag. Maar als een lezer dan kritiek heeft op zijn gedichten, terwijl hij er betekenissen uithaalt, die de dichter er eigenlijk niet ingelegd heeft, dan is Fagel van mening, dat hij dan eigenlijk met zo’n recensie ook niet echt iets te maken heeft. Fagel schrijft zelf poëziekritiek en naarmate hij meer dichters kent, is het voor hem moeilijker om objectief te blijven. Fagel ziet een gedicht ook als iets, dat je moet lezen. Hij heeft liever dat een lezer met de bundel in zijn hand naar hem toe komt om iets te vragen. Liever dan na een voordracht. Fagel draagt ook weinig voor.

De gedichten uit ‘Schilder en model’ die de dichter voordroeg, leken mij liefdesgedichten. Maar de tien gedichten schijnen te handelen over de relatie tussen kunstenaar, model en kunstwerk. In de gedichten is een ik persoon aanwezig en deze verschuift tussen deze drie media op en neer. Als liefdesgedicht vond ik de voorgedragen poëzie niet echt super origineel. Maar ik ga de bundel nog lezen, want ik heb hem besteld (kon het weer niet nalaten zo’n mooie bibliofiele uitgave te kopen) en zal er nog op terug komen.

Dezelfde nacht las ik nog de winnende bundel ‘Uw afwezigheid’ van Fagel. Het is echt een prachtige bundel. De dichter maakt goed gebruik van strofevorming en afbrekingen. Een enkele keer loopt een zin in twee strofes door. Als je dan het begin van de regel leest in de eerste strofe is de betekenis min of meer tegengesteld aan de zin, zoals die is na het doorlezen van de regel in de volgende strofe. Dat is zeer origineel gevonden. Alhoewel de thema’s in de bundel groot zijn: sex, liefde, dood, religie, houdt Fagel het toch dicht bij het alledaagse (Dat werd ook al door Marjoleine de Vos in haar speech gezegd). Soms zelf een heel ordinaire platte een beetje seksistische opmerking over een vrouw met grote borsten die voorbijloopt .. Zeg maar echt uit het leven gegrepen. In een gedicht beschrijft hij heel secuur een heftige gebeurtenis op de kruising tussen Damrak en Prins Hendrikkade. Het gedicht blijkt een foto-gedicht te zijn (een gedicht naar foto’s van Liza de Rijk). Het prachtige aan het gedicht is, dat hij nergens ook maar een aanwijzing geeft wat die heftige gebeurtenis dan is. Het is natuurlijk onduidelijk of deze vinding van Fagel zelf komt, of dat dat ook al in de foto’s van De Rijk zat. En een extraatje bij de bundel is de verantwoording. Opeens blijkt de dichter in het alledaagse dat hij laat zien te refereren aan groten uit de literatuurgeschiedenis als Hadewijch, Herman de Koning en Ter Braak. Dat twee gedichten in deze bundel over Ter Braak blijken te gaan is voor mij een leuke extra (Ik heb me intensief met deze polemist uit het Interbellum bezig gehouden met mijn afstudeerscriptie). Leuk dat Fagel ook een Ter Braak fan blijkt te zijn. Ik ben erg benieuwd wat Fagel voor mening heeft over Ter Braaks ‘Carnaval der Burgers’, waarin de de dichter wordt afgezet tegen de burger. De dichter die sintels produceert en eigenlijk afstevent op de ondergang.

Na afloop van de avond raakte ik in gesprek met Saskia de Jong. Mijn openingszin aan haar hing samen met een opmerking van de verkoopster in de boekwinkel van Perdu, dat de Jongs bundels vaak verplichte kost zijn op de middelbare school. Je vraagt je af in hoeverre de leraren Nederlands op de middelbare scholen zo de poëzie aan een jong publiek proberen te verkopen met een mooi gezichtje. Saskia wist er overigens niets van, dat ze zoveel gelezen wordt in het middelbaar onderwijs. Ze oogt trouwens jonger, dan ze is. Ik vroeg haar hoe ze aan de weg heeft getimmerd als dichteres. Of ze bijvoorbeeld in literaire tijdschriften gepubliceerde? Niets van dat al! Wonderbaarlijk genoeg is ze in haar jeugd eigenlijk nooit met creatief schrijven bezig geweest. Eigenlijk was ze aan het studie hoppen, toen ze met de particuliere schrijversvakschool begon, omdat ze geen studiejaren meer wilde verliezen. Ze had daarvoor eigenlijk niet geschreven. Tijdens haar opleiding werd ze min of meer ontdekt door een leraar en naar een uitgeverij gestuurd. Ze had niet eens een bundel bij elkaar geschreven, maar kreeg van de uitgeverij de ruimte om de bundel af te maken. Ik kan het niet nalaten wat jaloers te zijn. Misschien heeft die leraar haar die kans gegeven, omdat ze talent had, natuurlijk, maar ik kan het niet nalaten te denken, dat het ook wel met haar leuke koppie en goede figuur te maken zal hebben gehad. Soms zijn die motieven van leraren om zich in te zetten voor hun pupillen niet zo zuiver. Het doet me denken aan de drie stagiaires bij de VARA rond 1992. De drie stagiaires schreven allemaal een scenario voor een televisie serie, maar net weer het script van dat leuke meisje werd echt verfilmd. Al wil ik natuurlijk niet beweren, dat dat leuke meisje geen talent had (Uiteindelijk deed ze ook niets meer met dit talent en ging ze in een cafe werken). Goed .. ik moet opletten niet zuur te klinken, maar tsja soms werkt schoonheid toch wel in iemands voordeel (alhoewel het natuurlijk ook soms in iemands nadeel kan werken). Wat wel weer mooi is dat De Jong haar leven helemaal aan de poëzie wijdt. Ze zegt moeilijk te kunnen schakelen tussen dichten en ander werk. Toen ze eerst wel een parttime baan had duurde het na haar reguliere werk altijd een, twee dagen voordat ze weer naar de poëzie kon schakelen. Je vraagt je wel af waar de dichteres dan van leeft .. oud geld fantaseer ik maar, alhoewel dat natuurlijk niet zo hoeft te zijn.

Al met al was het een zeer interessante avond vrijdag bij Perdu. Ik ben benieuwd hoe Fagel zich verder zal ontwikkelen en ik ben ook benieuwd wie de Jo Peters prijs in 2010 zal krijgen.

 

Poëziemiddag Amsterdam Outsider Art

30 november 2010

 

Afgelopen zondag was het tijd voor de tweede poëziemiddag bij galerie Amsterdam Outsider Art. Bij Outsider Art wordt kunst geëxposeerd van visionairs, mediamiek begaafde kunstenaars, psychiatrische patiënten, makers van ‘fantastische’ bouwwerken, verstandelijk gehandicapten, autodidacten, en naïeve of anderszins ‘excentrieke’ scheppers. Excentriek zijn, is echter niet noodzakelijk. Ook ‘gewone’ burgers kunnen outsiderkunst van hoog artistiek niveau maken. Bij het verzamelen staat voor Amsterdam Outsider art dan ook niet de hoedanigheid van de kunstenaar, maar de artistieke kwaliteit van zijn werk voorop.

Bert Schoonhoven (galerie houder) en Jeannine van Dijck zijn recent dus ook begonnen met het organiseren van poëziemiddagen voor outsiders. Jeannine is verbonden aan uitgeverij Tobi Vroegh. Een uitgeverij die een brug wil slaan tussen psychiatrie en de maatschappij als geheel. Met als doel emancipatie en participatie van mensen met een psychiatrische handicap.

Tijdens de middag werd – de tweede – verzamelbundel ‘In mijn verbeelding’ van Tobi Vroegh gepresenteerd. In deze bloemlezing zijn vijftien dichters opgenomen. Zowel beginners als gevorderden. Jeannine deed de redactie ervan. Van de dichters uit ‘In mijn verbeelding’ waren de Arnhemse Marjon Joosten en de vlaamse Gisele Vranckx aanwezig.

Erna Ammeraals trapte af met haar gedichten, die voor een groot deel ontstaan zijn binnen een cabaretgroep waar ze aan mee deed. Ze wil een boekje gaan maken en eerst uitproberen hoe haar werk het doet voor een publiek. Ze droeg gedichten gedeeltelijk voor en het refrein zong ze. Ik vond de kruisbestuiving tussen cabaret en poëzie, of voordracht en zang niet echt heel goed werken.

Na Erna was de eer aan Jan Damstra. Hij is de huisdichter van dit poëziepodium. Hij bracht onderandere een aanklacht tegen het recente kunstbeleid, en declameerde zonder microfoon. Inderdaad had hij volume genoeg. Op zijn T-shirt preikte een portret van Charles Bukowski. Ik had al een beetje het gevoel dat Jan toch iets met de zelfkant heeft.

Gisele Franckx draagt prachtig voor, wat ook wel aan haar zangerige vlaamse accent ligt. Haar gedichten zijn echte pareltjes. Op een zekere vertederende manier kan ze het zelfs hebben over de pijnmomenten in haar leven, zonder dat het plat of cliché wordt. Bijvoorbeeld in ‘Doeg dan maar’, dat volgens mij gaat over liefdesverdriet. Haar ‘doeg’ is toch zachter, dan het doeg van een dame bij wie ik laatst de plantjes kwam verpotten: ‘Het was gezellig. Doeg. J’ Misschien had deze dame ‘doeg’ ook met vlaams accent moeten uitspreken.

Van Marjon Joosten is me vooral het gedicht ‘Samen’ bijgebleven.

‘Door de pupil daal ik af
naar binnen en zie in
een uiterste hoek diep
ineengedoken een klein
oud meisje

Zacht beroer ik haar vel
ik ken haar wel, en
vertel het kind hoe
moedig en sterk ze is’

Een sprookjesachtig beeld, dat bij mij veel oproept. Toch hebben haar gedichten ook iets rauws. Zoals ‘gevoel – verstand’ over pedofilie, dat ze vanmiddag niet voordroeg, maar wel in de bundel van Tobi Vroegh is opgenomen. Soms zijn haar gedichten echter plots afgelopen. Alsof er met een hakmes een stuk is afgesneden. Alsof het gedicht onderbroken wordt door een klap, terwijl je nog iets verwacht.

In de pauze speelt Herman mondharmonica. Direct na de pauze draagt hij voor. Herman zingt in een popkoor en heeft een band. Eigenlijk is hij meer met muziek bezig. dan met poëzie. Hij is een grote man met witte baard en deed mij – stom – toch aan de kerstman denken. Een excentrieke figuur dat zeker, maar wel af en toe wat rijmelarijtjes tijdens zijn voordracht.

Na Herman was het de beurt aan een andere bekende excentriekeling. Levend kunstwerk Fabiola, alias Cinderella. Zij houdt zich graag bezig met universele thema’s, die in ieder mens wel iets van herkenning te weeg brengen. Zo kwam de spreekwoordelijke prins op het witte paard voorbij. Ook wees ze op het universele menselijk recht van een dak boven je hoofd hebben en dat je in je eigen huis zo heerlijk jezelf mag zijn. Elk verhaal sloot ze af met een pirouette. Ze riep een warm gevoel op bij het publiek.

Als laatste was organisator Jeannine van Dijck aan de beurt. Zij heeft recent – ook al haar tweede – bundel ‘Karaktermoord en andere ongemakken’ uitgegeven. Zij werkte net als Cinderella op de lachspieren, maar dan vanwege haar zwarte humor. Zo vergeleek ze haar lichaam met een stuk tweede hands kleding, waaraan je wat kan verstellen. ‘u mag het hebben als het U past, [..] mij was t lange tijd tot last.’ Ook een gedicht over ontrouw deed het goed in de zaal. Haar gedichten zijn veelal kort, soms zijn het limmericken, maar zeer krachtig.

“Een kater uit Amelisweerd
is uitermate gefrustreerd
Hij mept alle ballen
tot ze verpletterend vallen
Kort voor kerst is hij pijnlijk gecastreerd’

Dat galeriehouder Bert zelf ook wat met poëzie heeft, bleek uit zijn korte voordrachten aan het begin of einde van de poëzieblokjes. Zijn gedichies zijn speels en roepen een glimlach op. Hij excuseerde zich nog voor zijn duim, die in het verband zat, vanwege een gevecht met een staafmixer.

Na afloop van de middag signeerden verschillende dichters hun bundels. Marjon schreef in mijn bundel: ‘woorden komen van ver, maar verbinden mensen, brengen ze bij elkaar.’ Dat was zeker het geval deze middag.

Eind februari, begin maart zal ik zelf een poëziemiddag (met workshop) organiseren in samenwerking met Amsterdam Outsider Art en Jeannine. De middag staat in het teken van het evenement 7 days of inspiration. Dit evenement wil Nederland in een week tijd een Upgrade geven door de meest waardevolle initiatieven te richten, de krachtigste netwerken te verbinden en de meest inspirerende verhalen te delen. Wordt vervolgd dus!

‘Karaktermoord en Ander Ongemak,’ Jeannine van Dijck, uitgeverij Je-Art, ISBN 978-90-81281-2-2

‘In mijn verbeelding,’ verzamelbundel, uitgeverij Tobi Vroegh, ISBN 9 789078 761174


www.amsterdam-outsider-art.nl/

www.tobivroegh.nl

 

Warning: realpath(): open_basedir restriction in effect. File(/tmp) is not within the allowed path(s): (/usr/share/php/:/var/www/domains/schrijfartiest.nl/) in /var/www/domains/schrijfartiest.nl/www/wp-includes/functions.php on line 2101