Schrijven als ‘levenskunst’

9 april 2010

 

Schrijven als ‘levenskunst’
Geen therapie, maar stimulerend, inspirerend

“Geestelijke en lichamelijke gezondheid zijn gebaat bij het regelmatig opschrijven van diepe gevoelens,” staat er te lezen in de aankondiging van de cursus ‘Schrijven als levenskunst’ op de site van het Humanistisch verbond Amsterdam. Je zou meteen denken dat het om een cursus met therapeutische grondslag gaat en die verwachting was er ook bij sommigen, voordat de cursus begon. Eén dame werd tijdens de eerste les hierdoor ook zo afgeschrikt, dat ze niet meer terugkwam. Bovendien had zij tekstverwerkers in het lokaal verwacht en het schrijven met de pen zag ze niet zitten, want ze had haar hele leven met de hand niet meer geschreven dan boodschappenbriefjes. Natuurlijk kan schrijven zeker therapeutisch werken, maar dat bleek helemaal niet het uitgangspunt van de cursus te zijn.

De cursus ‘schrijven als levenskunst’ wilde vooral de cursisten aanzetten om met schrijven te beginnen. Er werden handvaten en ingangen gegeven, die een aanleiding kunnen zijn om te beginnen met schrijven of het schrijven te inspireren.

Tijdens de eerste bijeenkomst interviewden de cursisten elkaar over hun dromen en de reden waarom ze met deze cursus waren begonnen. Na het schrijven gaven ze elkaar ook suggesties ter verbetering van hun schrijfsels, maar op een heel vriendelijke manier. De opdracht was vooral om elkaar te stimuleren en zeker niet elkaar afbranden. Dat was heel fijn aan de cursus, dat er heel harmonieus en welwillend op elkaars schrijfsels werd gereageerd na het voordragen van tijdens de cursus geschreven eigen werk. Iedereen werd in zijn waarde gelaten en negatieve uitlatingen waren er helemaal niet.

Andere ingangen tijdens de cursus waren schrijven aan de hand van een voorwerp, een kassabon van een vreemde (wat staat er op de bon en wat kan je daaruit afleiden over de persoon, die de boodschappen heeft gedaan?), of schrijven aan de hand van een thema. Ook was er een jatopdracht. Maak maar eens een eigen versie van een gedicht, dat je heel mooi vindt. Verder werden er dialogen geschreven. Er werd vrij geschreven (zet maar eens je pen op papier en schrijf zonder onderbreking een kwartier achter elkaar. Het maakt niet uit wat. En als er niets in je opkomt, dan schrijf je gewoon ‘Er komt niets in me op’). Al met al zeer diverse opdrachten, die een beleving gaven van ‘zo kan het ook.’

Docente Wilma van den Akker was steeds positief en bemoedigend en reageerde vaak op de schrijvers door een open vraag te stellen. Wat vind je er zelf van? Of, wat zou je er zelf mee willen? Een paar cursisten wilde misschien wat steviger kritiek hebben, maar dat was niet echt de insteek. De insteek was dat het goed en fijn is om te schrijven en vooral deelnemers motiveren om dat te doen. Want, zo zegt Wilma, ‘schrijven is vooral doen en zitvlees kweken.’

De voorlaatste keer kwam een cursiste met een gedicht waarin ze haar woning beschreef en de voorwerpen, die haar herinnerden aan haar overleden partner. Een ‘opsomgedicht’ en daar gingen we de laatste keer op door. Zo kwam een cursist, die leraar is en net gehoord had, dat hij met pensioen ging, met een prachtige opsomming van kenmerken van scholieren met de conclusie dat het nu voorbij is.

De cursus werkte heel inspirerend voor de deelnemers. Een aantal cursisten had de cursus echt nodig om tot schrijven te komen. Toch gingen gaandeweg steeds meer cursisten ook thuis werken aan de huiswerkopdrachten, die steeds aan het begin van de les klassikaal besproken werden. Een enkeling had zich het schrijven al zo eigen gemaakt, dat hij er al mee begon bij het opstaan. Leven zonder te schrijven was voor hem ondenkbaar. Dat is nog eens schrijven als levenskunst!

Het opsom gedicht dat ik tijdens de laatste cursusbijeenkomst schreef

Dit artikel verscheen ook op de site van het Humanistisch verbond.

 

poëzie workshop ObA Banne Buiksloot

7 februari 2010

Afgelopen zaterdag was er een poëzieworkshop in de Openbare bibliotheek op de Ankerplaats in Amsterdam Noord. De middag werd geleid door Jacques Brooijmans van de School der poëzie. Jos van Hest, presentator van het open podium van de Oba, schijnt daar ook dingen te doen .. Brooijmans begon met een korte inleiding over zijn bezigheden. De School der poëzie is vooral bezig met jongeren en laat ze poëzie lezen en schrijven. Ook organiseren ze rond poëzie performances en theater. Zo doen ze bijvoorbeeld het landkofferproject, waarbij scholieren zelf een koffer maken, waar een gedicht in komt. Ik vond het allemaal reuze interessant. Een oudere bejaarde dame reageerde echter met schnerpende stem: ‘dat is wel leuk dat u dingen met jongeren doet, maar wat hebben wij (bejaarden (red.)) daaraan?’ Ik had zoiets van .. nou waarom zou u met uw gezegende leeftijd geen koffer met gedicht kunnen maken? Laat die man even uitpraten en fijn vertellen waarmee hij bezig is.

Na deze inleiding begon de workshop met het lezen van gedichten van Toon Tellegem (opzegversje .. boosheid is een stof (en het woord stof kwam steeds terug)), Jan Hanlo met een hou je van me gedicht met vraag en antwoord, en Remco Campert met een ik-gedicht. Op het ik-gedicht van Campert reageerde weer een oudere (bejaarde) man met dat hij toch van een andere tijd is en dat ‘ik’ bij de ouderen toch altijd op de laatste plaats komt. Eerst kom jij, beleefdheid, etc … Hij vond dit ik gedicht ik ik ik .. dus helemaal niks. Daarna lazen we nog een gedicht van Ted van Lieshout, die eigenlijk schrijft voor jongeren vanaf 13/14 jaar, maar een mooie brug slaat tussen jeugd en volwassenheid, omdat de gedichten ook voor een ouder publiek interessant zijn. Dit gedicht ging over een cassette waarop de verteller in het gedicht zijn vader hoorde, die was overleden. Tijdens zijn leven had hij nooit gehoord, dat zijn vader sliste. De oudere man, die het ik-gedicht van Campert al niks vond, begon nu een beetje te muiten. Het was toch een schrijfworkshop? Hij verloor een beetje zijn geduld en wilde schrijven en geen gedichten meer lezen.

Daarop gingen we een Haiku schrijven. Wist je dat de Haiku het begingedicht was van een Haikai? Een Haikai is een hele reeks van verzen in de vorm van Haiku’s en deze reeks begon met een natuurbeeld, een Haiku. Later is deze Haiku verzelfstandigd. Een Hoku is weer de klassieke vorm van een Haiku (van voor 1892) en heeft echt de natuur en het seizoen als thema. Het was de bedoeling dat we een seizoen in gedachten namen en daarop wat gingen asocieren .. en dan schrijven .. (respectievelijk 5, 7 en 5 lettergrepen per regel). Ik liet me inspireren door de ijsschotsen in het Jj, die ik op mijn fietstocht naar deze workshop had gezien. Na het schrijven kon iedereen voordragen. De man, die tegen het ik-gedicht was en het verder lezen, mopperde dat hij van de oude stempel was en niks met moderne japanse Haiku’s had.

De volgende opdracht was het schrijven van een kwatrijn. Vier regels dus. Je moest een tegenstelling bedenken en drie woorden, die daarbij in je op kwamen. Ik liet me inspireren door de tegenstelling water en ijs en schreef een kwatrijntje over een bevroren poel in het Vondelpark. Een meisje (de jongste deelneemster aan de groep, die verder bestond uit een enkele dertiger, veertiger en veelal mensen van boven de vijftig) had een aardig gedicht geschreven over een trap .. als die niet boven of beneden is .. waar ben ik dan? Na het voordragen van de kwatrijnen was het even pauze.

Na de pauze kwam het echte werk. Nu was het de bedoeling een langer gedicht te schrijven met regels van vijf tot acht lettergrepen. Het thema van het gedicht was een plaats, plek. De opdracht luidde: ‘bedenk een plek .. wat denk je daar? wat hoor je daar? bedenk een voorwerp en iets uit de natuur en verbind dit met een emotie. Bedenk een vergelijking en kies dan twee woorden uit de bundel (van o.a. de gedichten van Campert en Lieshout).’ Met al deze gegevens gingen we een langer gedicht schrijven. Ik koos voor het Sonsbeekpark in Arnhem, waar ik dichteres Petra Else Jekel had geinterviewd en besloot een sonnet voor haar te schrijven. Bij het voordragen werd de oudere man (van de oude stempel, die niets met haiku’s had) erg emotioneel. Hij had dan ook een gedicht over de bevrijding na de oorlog geschreven. Eerder had hij al verteld en laten zien, dat zijn handen nogal trillen.

Na het voordragen kwam de bibliothecaresse nog met twee gedichten van dezelfde oudere heer. Hij had die van te voren ingezonden naar de bieb, bij wijze van aanmoediging voor de workshop. Het was wel grappig, dat hij in het tweede gedicht een strofe had met de tekst ‘met enthousiasme vertelt de gespreksleider over wat een ieder kan.’ Daarmee bleek hij een soort vooruitziende blik te hebben gehad. Want net daarvoor had de gespreksleider erg enthousiast gezegd, dat hij heel blij was met alle bijdragen van vanmiddag en dat het niveau van onze schrijfsels boven de clichés en open deuren uitstak. De trillende schrijver van de afsluitende gedichten bleek elke dag te schrijven en dat was zijn houvast. ‘Het verveelt toch nooit, gedichten,’ zei hij nogal plechtig.

(Het kwatrijn, de Haiku, en het sonnet over Sonsbeekpark, die ik tijdens deze workshop schreef, kun je hier lezen)

 

Open Podium ObA

27 maart 2010

 

Vanmiddag was het maandelijkse open podium in de centrale bibliotheek van de Oba. Het podium stond middenin de bibliotheek op het cultuurplein. De voordrachten werden dus af en toe vergezeld door een luidruchtige ipod, de piano beneden, geblèr van bezoekers, een vallend boek of het gerinkel van muntjes uit de geldwisselmachine. De organisatoren van de middag kregen nog een handgemaakt tasje met een lezend persoon erop gestikt cadeau, omdat de middag een jubileumaflevering was. Het was de 75ste keer dat het open podium werd gehouden. Het open podium bestaat inmiddels zes jaar. Jos van Hest zei wel dat hij de oude bibliotheek aan de Prinsengracht nog wel eens mist.

Het was een afwisselende middag. Diverse schrijvers passeerden de revue. Van een detective schrijfster (Atie Vogelenzang schrijft met een collega en neemt steeds de linker pagina voor haar rekening. Van de vier publicaties, heeft ze er dus min of meer twee geschreven. Het pseudoniem van het schrijversduo is Tupla Mourits). Ze had een verhaal over een vakantiereis, die eindigde in een ravijn .. en of de hoofdpersonen nog gered werden, bleef in het ongewisse. Dit verhaal verscheen al eens in het Hollands maandblad. Verder kwam er een dichter aan het woord, die in het Engels voordroeg en daarna de Nederlandse vertaling. Hij had nogal een spirituele inslag en het commentaar van presentator Jos van Hest was dan ook, dat hij wel heel grote woorden gebruikte. Geloof, hoop en liefde, ze kwamen allemaal voorbij in deze esoterische gedichten. Ook kon de dichter zich goed voorstellen, dat hij in een vorig leven een vrouw was geweest, een dartelend meisje, maar ook een oma met kleinkinderen. Een andere schrijver, Ben Maryanan, bracht de nacht door met de stad Bejing. De stad stuurde hem naar prachtige plekken. De china reis die de grondslag vormde voor dit verhaal, was zijn laatste grote reis. Want inmiddels jonge vader, lukt het even niet meer om zulke trips te maken.

Merik van der Torren droeg voor uit een in eigen beheer uitgegeven bundel. Hij heeft nog 85 exemplaren van deze bundel onder z’n bed staan. Hij had af en toe de lachers op zijn hand en het venijn van zijn gedichten zit vaak in de staart, of de komische noot. Zo kan je wel met heel verheven dingen bezig zijn, maar aan het eind van de dag moet je ook nog eens boodschappen doen. Gerrit Vennema kwam met zijn bij een uitgeverij uitgegeven bundel Als in Arcadia. Jos van Hest verzuchtte dat het leven van dichters best zwaar is. Het is al vreselijk moeilijk om een bundel uitgegeven te krijgen, en als hij dan al is uitgegeven, dan is de verkoop vaak een martelgang en hoor je er niets meer van. De verkoop van bundels is door de crises ook nog eens teruggelopen. Over de bundel Als in Arcadia verscheen tot nog toe nog geen enkele recensie. De gedichten waren licht en ritmisch, lagen aangenaam in het gehoor.

Jack Terrible had een rijmelarijtje over Candy Dulfer en hij liet ook een schilderij zien, dat hij van deze saxofoniste had gemaakt. Dit schilderij had hij nog aan Hans Dulfer geprobeerd te verkopen, maar die had er geen interesse in. Misschien vroeg hij er ook te veel voor. Op het gedicht over Candy kreeg hij trouwens geen reactie van de beroemdheid zelf. Wel had hij een reactie gehad van Louis van Gaal, over wie hij ook een gedicht had geschreven (dat hij vanmiddag ook voordroeg). Van Gaal had geschreven dat het beeld dat Jack van hem schetst (hij ligt als een kat in de hondenmand, alsof het zijn eigen plek is) voor geen meter klopte.

Ondertussen zat ik de hele middag in spanning, want ik stond ook op de lijst om voor te dragen .. en van te voren had ik al begrepen dat Jos van Hest een willekeurige volgorde hanteert, zodat je nooit weet wanneer je aan de beurt bent. Ik was dus de hekkensluiter. Ik had een gedicht over Petra Else Jekel en Sonsbeekpark in Arnhem en een gedicht over Rome. Dit laatste gedicht is gebaseerd op Denkend aan Holland van Marsman. Gelukkig herkende iemand uit de zaal dit gedicht meteen in mijn gedicht. Mijn voordracht viel wel in goede aarde, had ik zo het gevoel. Wat mij vrolijk stemde. En ‘s avonds ben ik dan ook eindelijk het interview dat ik met dichteres Petra Else Jekel heb gehouden in de Witte Villa in Arnhem gaan uitwerken. En dat stemde me ook heel content .. want dat lag al weken op me te wachten.

Open podium Eijlders

21 februari 2010

 

Vanmiddag ging ik naar het open podium in café Eijlders. Eijlders is vanouds her al een café met poëtische inslag. Veel van de vijftigers als Remco Campert en Bert Schierbeek kwamen er al hoorde ik. Ik wist wel dat er poëzie bijeenkomsten waren, maar niet precies wanneer. Gelukkig las ik over deze middag op de agenda van dichttalent, waar ik een profiel heb aangemaakt. Kreeg ik bij binnenkomst een boekenlegger in de hand gedrukt met een gedicht van Aurora Guds. Een klasgenootje van mij van de lagere school! Ik kwam haar dus tegen vanmiddag. Ze blijkt al twee jaar elke maand op te treden in Eijlders. Ze schrijft een beetje lichte poëzie, zeer aardig. De andere dichter, die op de boekenlegger stond, was Ton Huizer. Hij had vanmiddag de lachers op zijn hand met een zeer humoristisch gedicht. Het thema van de middag was namelijk ‘waarom voortplanten?’ Elke dichter had er minimaal één gedicht over. En Tons gedicht ging erover, dat de vrouwen met bosjes voor hem vielen, sinds hij niet meer neukte, maar lepeltje lepeltje ging liggen.

Jos van Hest van het Oba open podium trad ook op. Korte gedichtjes .. Als zijn ouders nu een andere partner hadden gehad, was hij dan niet geboren? En is het feit dat hij er wel is, er soms niet debet aan, dat iemand anders niet is geboren? Ook zou hij zichzelf niet herkennen in een stadium van voor zijn geboorte. Op zich vond ik het wel een aardige middag. Maar er was niet iets, qua poëzie, dat er uitsprong. Eén dichter .. Ik weet zijn naam even niet .. zag er echt uit als een dichter (je weet wel keurig gekleed en met zo’n jasje aan) en leek me ook zeer pretentieus. Maar ik vond niet dat hij zijn pretenties kon waarmaken. Hij gebruikte veel grote bombastische woorden en ook het ouderwetse ‘gij.’ Ik vond het maar niets.

Wel weer leuk, een prachtige jonge meid (Mieke van Zonneveld) met een lang gedicht over een ridder. Het leek een alleraardigste ridder en er was ook een vergelijking van hem met honing. Maar het gedicht eindigde ermee, dat hij toch kinderen en bejaarden de kop afhakte, wat ik niet zo bij hem vond passen. Jammer, dat de meeste dichters het thema voortplanten zo letterlijk hadden genomen. Veel sex dus. Wel fijn dat er ook wat jongere dichters bij waren. Eén jonge man had zelfs een bloemlezing van Komrij gehaald met zijn gedichten. “Hij is echt goed,” zei Aurora nog. Ze komt graag naar Eijlders, want de poëzie zit haar al van kinds af aan in het bloed. Ook gaat ze nog wel naar Perdu, maar ze ervaart een waterscheiding. Er zijn toch veel dichters waar perdu, bot gezegd, zijn neus voor ophaalt en gelukkig kunnen die in Eijlders terecht. De middag begon nog met een gedicht van Leo Vroman en eerlijk gezegd sprak dat me ook al niet zo aan. Er zijn heel veel dichters zo bleek maar weer vandaag. Soms denk ik wel eens, dat er meer schrijvers, dan lezers zijn van poëzie. En die dichters moeten allemaal gewoon lekker hun ding doen. Zij die echt goed zijn, komen vanzelf wel bovendrijven.